Geen winnaars in tech vs media vs overheid / Villamedia

0
191

In de strijd tussen big tech, uitgeverijen en overheden is de eindgebruiker de grote verliezer, bepleit Bart Brouwers, hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen én mede-oprichter en -eigenaar van Innovation Origins.

Big tech, ‘s werelds grootste uitgevers en machtige overheden staan samen op het slagveld. Afgelopen week lag dat terrein in Australië, maar dat was maar toeval: de wereld is het strijdtoneel. De drie hoofdrolspelers zeggen de strijd te voeren voor hun gebruikers, hun nieuwsconsumenten en hun burgers – in feite drie keer dezelfde doelgroep.

Maar als er één groep slachtoffer is van de plots opgelaaide strijd, dan is het die van de eindgebruikers. Niet dat een van de drie strijdende partijen de overwinningsvlag kan hijsen, maar zij kunnen in elk geval zeggen dat ze er niet veel slechter van zijn geworden. Dat geldt helaas niet voor ons als burgers – en al evenmin voor de journalistiek zelf, waar alle betrokken partijen hun mond zo vol van hebben.

Om dat toe te lichten, vier constateringen:
1. Ja, de macht van Google en Facebook is veel te groot. Maar dat staat los van hun conflict met uitgevers.
2. Nee, de klagende uitgevers hebben geen ‘recht’ op een financiële vergoeding van Big Tech. Google en Facebook hebben niets van hen gestolen.
3. De politiek – voor nu in Australië – laat zich onder valse voorwendselen voor karretjes spannen van oude en nieuwe machten.
4. En terwijl boven hun hoofden de stukken op het schaakbord worden verschoven, krijgen journalisten (om wie het zogenaamd allemaal begonnen was) het alleen maar lastiger om hun basistaak uit te voeren.

1. Big Tech
Dat de macht van Big Tech buiten hanteerbare proporties is gekomen, begint onze maatschappij behoorlijk dwars te zitten. Rond verkiezingen is dat pijnlijk duidelijk door de manier waarop informatie ons gefilterd en via ondoorzichtige algoritmes bereikt.

Maar het gaat niet alleen om politieke informatie; ook ons koopgedrag, onze mobiliteit en heel fundamenteel, de manier waarop we ons tot elkaar verhouden, staat onder sterke invloed van de niet beïnvloedbare keuzes van (of op) digitale media.

Niet alle gevolgen daarvan zijn trouwens nadelig voor ons functioneren in de samenleving, maar het punt blijft dat de systematiek erachter volledig los is komen staan van de gangbare democratische processen. Dat moet, wetende dat Silicon Valley ons ongelofelijk veel moois heeft gebracht, anders.

2. De uitgevers
De grote uitgevers, zo’n beetje over de hele wereld, klagen steen en been over de wijze waarop de grote techbedrijven, Google en Facebook voorop, hun business hebben afgepakt en aan de haal zijn gegaan met de inhoud van hun werk.

Op beide onderdelen van die klacht is wel wat af te dingen. Niet alleen hebben de uitgevers, bij de opkomst van het internet, andere strategische keuzes gemaakt, maar ook hebben ze volop geprofiteerd van de kracht en hulp van Facebook en Google voor hun eigen bereiksgroei en de funding van hun innovatieve experimenten. Daarnaast laten analyses zien dat de euro’s en dollars die de tech bedrijven wisten te vergaren niet dezelfde zijn als die de uitgevers in ongeveer dezelfde periode verloren.

Zouden die personen die maar blijven beweren dat Google advertenties verkoopt met de verwijzingen naar nieuwssites eigenlijk zelf wel eens op Google News zijn geweest? Inderdaad: er staan helemaal geen advertenties op dat platform. Ja, Google verdient (heel veel) geld met de zoekopdrachten waarvoor consumenten vroeger bij kranten aanklopten (auto’s, huizen, tv’s, banen), maar nogmaals: het is een keuze van de uitgevers zelf geweest om die handel te lang binnen de muren van hun papieren business te houden.

De centrale klacht van de uitgevers voelt trouwens om nog een reden wat zielig aan. Want exact wat de uitgevers Google en Facebook ten onrechte verwijten (“jullie stelen onze inhoud”), is dagelijkse praktijk bij diezelfde uitgevers. Het overnemen – geregeld zonder bronvermelding, laat staan betaling – van nieuws, citaten en constateringen uit andere media is nog steeds schering en inslag.

In de naam van de vrije nieuwsgaring, maar vooral uit angst iets te missen dat de concurrent wel heeft, is een praktijk gegroeid die het waard is goed tegen het licht te houden. Het zou de pluriformiteit zomaar enorm ten goede kunnen komen.

3. Overheden
Overheden zouden er moeten zijn voor hun burgers. De Australische wetgeving, maar ook de voorstellen die in de EU nu besproken worden, staan eerder in een ander teken. Die wetgeving laat vooral zien dat de behoefte bij veel politici om de Californische techbedrijven een lesje te lezen bevredigd kan worden door de lobby van de grote uitgevers ten dienste te staan.

Maar Google en Facebook halen hun schouders erover op. Er is wat gepruttel voor de bühne en er wordt wat met geld geschoven. Maar financieel hebben die bedrijven geen probleem en hun daadwerkelijke macht zal niet lijden onder een cheque richting uitgevers, hoe ruim die ook wordt. De algoritmes die ons als internetgebruikers in en uit hun bubbels sturen, blijven op volle kracht hun werk doen en de maatschappij schiet er dus geen centimeter mee op. Politici zullen hun claim dat hiermee ook maar iets is opgelost dan ook niet lang kunnen volhouden – hoezeer de uitgevers hen hierin ook blijven ondersteunen.

4. De journalistiek
De techbedrijven maken nu, daartoe gedwongen door overheden, afspraken met de uitgevers over vergoedingen. Je zou zeggen: als dienaars van de journalistiek zijn die mediabedrijven vervolgens wel in staat die zakken met geld te laten doorsijpelen naar de makers.

De ervaring van de laatste jaren laat helaas een ander beeld zien. Plat gezegd: de taken van journalisten op grote redacties nemen toe zonder dat hun besteedbare tijd groeit en de beloningsontwikkeling van freelancers geeft eerder reden tot zorg dan geruststelling. Het gaat helemaal niet zo slecht met de grote uitgevers die nu als eersten aan het BigTech-uitbetaalloket staan.

De echte financiële krapte zit bij de kleinere, veelal lokaal of op een specifieke niche georiënteerde mediabedrijven. De vraag is dus niet alleen of de grote uitgevers dit keer wel hun redacties zullen uitbreiden met het geld dat via deze afspraken vrij komt, maar tevens of dat überhaupt iets kan betekenen voor de grondstof voor de echte journalistiek in de volle breedte: de journalisten die als zzp’er of voor kleinere entiteiten hun belangrijke werk moeten doen. 

Wat dan wel?
De strijd tussen overheden, uitgevers en techbedrijven raakt natuurlijk wel aan een aantal werkelijke problemen. Machtsconcentratie en -misbruik met als consequentie een gebrekkige informatievoorziening voor de bevolking zijn ernstige zaken. Overheden moeten daar absoluut tegen optreden.

Voor de oplossing ervan is echter meer nodig dan een opgelegde deal tussen twee van die partijen. Daarvoor is het zaak dat de overheid rechtstreeks zaken doet met haar burgers, die niet toevallig ook nieuwsconsumenten en internetgebruikers zijn.

Die oplossing ligt dan ook eerder in (het faciliteren of stimuleren van) nieuwe technologieën ter verificatie van feiten, het bouwen en toegankelijk maken van publieke social mediaplatforms en de structurele, directe ondersteuning van journalisten die met hun werk de democratie en onze samenleving dienen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here